Het beroemde onzekerheidsprincipe dat door Heisenberg
wordt geformuleerd, zegt dat om de toekomstige positie en de snelheid
van een deeltje te kennen moet men zijn huidige positie en snelheid
nauwkeurig eerst kennen. Het besluit ook dat het onmogelijk is
om zowel de positie als de snelheid van een deeltje (een punt van
massa) te kennen nauwkeurig, op om het even welk bepaald punt van
tijd. De verklaring is eenvoudig en duidelijk. Om de
positie en de snelheid van een deeltje te meten, hebben wij een
âyardstickâ nodig die hoofdzakelijk kleiner en
lichter is dan het deeltje zelf. Dat kan niets dan het licht
zijn. Wanneer het licht op het deeltje glanst, worden enkele
lichte golven verspreid door het deeltje, dat op zijn positie wijst.
De nauwkeurigheid is nochtans afhankelijk van het feit over hoe
de boete de maatstaf d.w.z. de golflengte van het licht, de afstand
tussen twee kammen van de golf is. Kleiner zal de nauwkeurigere
golflengte de positie zijn. Maar één canât
gebruik kleiner dan of een fractie van de kleinste eenheid d.w.z.
één quantum van lichte energie. Korter zal de hogere
golflengte van licht de energie van één enkel quantum zijn.
Dat betekent dat nauwkeuriger men probeert om de positie te
bepalen door kleinere en kleinere golflengten van licht meer te
gebruiken en meer de snelheid van het deeltje door de stijgende
energie van het quantum van licht dat op het deeltje wordt geworpen en
vice versa wordt gestoord.
Dit bracht een plotseling eind aan de droom, klassieke theorists
op dat ogenblik hadden. Het heelal dat aan hen zodra
deterministisch werd plotseling onzeker zeker keek. De
quantumwerktuigkundigen toonden later een andere manier,
niettegenstaande.
Komend aan de Mest theorie, het principe van
onzekerheidstribunes dat met meer zekerheid wordt verklaard.
Door van de positie van een deeltje te spreken bedoelen wij een
punt van massa of een golf van energie in plaats-tijd. Onze
maatstaf om te bepalen dat de positie opnieuw een golf van lichte
energie die uit een verschillend gebied van plaats-tijd op de
plaats-tijd van het deeltje komt is. De plaats-tijd van om het
even welke eenheid van massa/energie is verbindend om worden gestoord
zijnd een integraal deel van het. U canât zegt
dat de hand zich beweegt maar de man is nog. De snelheid die
enkel een beweging in plaats-tijd is is opnieuw een uitbreiding van de
massa/de energie U raakt en andere is gestoord. Het
principe van onzekerheid op een manier bevestigt de theorie Mest van
alles. Niet is het principe van onzekerheid maar het mest die
het onontkoombare bezit van het heelal is. I canâzegt t of het opnieuw de droom van quantumtheorists
verbrijzelt of een andere manier toont om de reis van eenmaking te
houden.
In quantumwerktuigkundigen, er zijn geen goed bepaalde posities
en snelheden van de deeltjes Zij zijn in feite in quantumstaat
die een combinatie van de positie en de snelheid is. Dat is
opnieuw mest, de massa/energie (positie) die met de plaats-tijd
(snelheid) wordt de gecombineerd.
De kwantificatie betekent combinerend massa/energie met
plaats-tijd, eigenlijk makend Mest
