Er is een mooie kolonie. Jest zoals een
toevluchtsoord. De wevers leven binnen. Drie honderd
aantallen huizen zijn daar. Elk één huis behoort twee bomen.
Wanneer als u daar boomonthaal gaat. Al die bomenwaren die
door slechts de mens worden geplant. Zijn naam Eranna.
Eens omhoog op een tijd is het binnen uit de stad. Nu is
het in midden. Vijftig jaar rug is het open plaats. De
stoelman van de wevers krijgt toestemming om een kolonie in die plaats
te bouwen. Één of ander bedrag dat door de centrale overheid
wordt verleend. En blijf van het saldobedrag onder lening die
door de staatsoverheid wordt gegeven.
Eranna is een gemeenschappelijke mens. Hij is zeer slecht.
Zijn vader en moeder waren gestorven op leeftijd van tiende.
Geen relativesâ voorzijde of rug. Hij werkt
als huisjongen.
De stichting begint om gebouwen te bouwen. De bomen zijn
in het plan. Maar zij weigerden. Omdat de reden van
onderhoudsprobleem.
Na middag loopt hij aan de heuvels. Na toen nam hij wat
rust onder een boom. De stijgingen van de zon met hoge hitte.
Sluit enkel de ogen in de koele lucht. Een fruit viel neer
op zijn hoofd met de correcte plooi. Neem het in hand. Een
Idee slaat uit over gebouwen geconstrueerde aria. `` daar geen
bomen. Ik heb growthââ. Hij
verzamelde sommige installaties. Hij ging daar met de
installaties. Graaf de kuilen plantte de installaties. De
sparren de voorzitter lachten voor zijn het doen. Laatstgenoemde
is hij onder tribune hij perfect. Hij schikte een klein salaris
voor hem. En hij plantte wat meer eerbiedige installaties extra
zoals neemmango. Hij leverde water, en hij beschermt met ronde
luim die door de bamboestokken wordt geweven.
Slechts één mens growthed al die bomen. ` boom manâ een toekenning die door de stoelman en de kolonievolkeren
wordt gegeven
Hij bouwde een nieuwe schuilplaats dichtbij heuvelplaats.
Daar daar zijn sommige vruchten bomen. Boom van de
kokosnoot zou daar zijn. Dagelijks eet hij vruchten en drinkt
kokosnotenwater.
Één dag in de vroege ochtendcycloon kwam. Één boom
viel die met de wortels wordt verslagen. Snijdt hout en houden
het in brandkast.
`` waarom hield u het hout. Wat u do?â âkan vertelde de koloniemensen.
`` oh! Aan dagma leeftijd zeventig. Ik leef met
bended lichaam. Ik zal matrijzen één of één dag zo als zoals
deze boom zijn. Noodzaak voor dit hout om een begrafenisdoos
voor me te maken. Zo veel gebruik van de boom. Wij eten
vruchten de borstels van Tanden nemen onder rust Adem de verse lucht
kokosnotenwater drinkt. Het laatst gebruikten wij die hout nadat
de dood aan buryââ hen vertelde.
Hij offerde zijn leven. Hij stelde tevreden.
Nu is hij nr. Maar zijn naam in de bomengolven.
Aarde in zware hitte. Nu volgen wij warm globing.
Bescherm de aarde.
Elk lichaam één planeet een installatie.
