In koel van de avond, op een Woensdag in Juni, liep ik
ergens onderaan de weg van mijn nieuwe buurt in het hart van Afrika.
Aan het eind van dit is weg een grote acre van land; niet
veel van een weide, maar op zijn minst met een goed aantal bomen.
Over daar regelde ik voor een tijdje aangezien ik op vogels van
verschillende soortenplof aan hun nest lette. Ik zag wat
gestreefd naar van vogels met iets als poney-Staart, anderen met een
tint van roze op hun veren en toen de regelmatige die ik weet.
Zij waren verbazend.
Aangezien ik een weinig verder liep, zag ik sommige peasant
landbouwers oogstend spinazie en bindend hen in bundels. Ik
begroette hen in hun moedertaal Sanu! En dat maakte ook hen en
me gelukkig.
Ik betekende een tijdje een steen van hen werpt en lette
zorgvuldig op hen. Ik nam een diepe adem en draaide om naar huis
terug te gaan. Maar toen waren sommige herdsâmensen die ik heb bekeken van afar weg reeds in
mijn manier en komst naar ons met hun kudden van vee en zodat moest ik
op hen wachten neer over te gaan.
Toen zij werden overgegaan, plaatste ik aan ganghuis maar het
werd een weinig winderig en met de zachte beweging van de bomen en de
wilde lelies voelde ik één of ander soort vrede binnen me. Het
voelde ontzagwekkend hoe dit natuurlijke milieu me veel sereniteit
bracht.
Aangezien ik naar huis liep, herinnerde de vrede dit landschap
me bracht me aan God mijn schepper. Het vertelt me van de vrede
die hij natuurlijk voor me heeft gewild als ik het zal kiezen.
De les leerde ik dat de dag was dat de gecreeerde dingengod en
de aard zelf vreedzaam zijn. Maar het is slechts verbazend om te
zien hoe ik het voor mij door dat niet te realiseren verfijnd heb
gemaakt. En sinds die dag heb verkozen die ik bij vrede zelfs in
de onzekere wereld te leven. Ik bekijk aard in
itâs eenvoud en pas het op om het even welke
ingewikkeldheid toe die ik heb gehad. I donâweet
t hoe en I canât verder maar verklaart
Vrede! Vrede! Vrede! Werd de orde van mijn
dag.
